De (geplande) hervorming van de Vennootschapswetgeving

Efficiëntie in een Belgische context ….. jawel, het kan!

Het voorontwerp voor een nieuw Wetboek Vennootschappen en Verenigingen nadert de laatste rechte lijn Met onder meer een afschaffing van het minimumkapitaal en de invoering van aansprakelijkheidsgrenzen voor bestuurders lijkt België zich te willen profileren als een aantrekkelijk land voor vennootschappen.

In fiscale stabiliteit hebben we nooit uitgeblonken, maar misschien wordt ons vennootschapsrecht weldra een uithangbord voor buitenlandse investeerders en buitenlandse ondernemingen met Belgische activiteiten.


Internationale context

Het Belgische Wetboek van Vennootschappen werd ingevoerd in 1999.

Sindsdien werd het Wetboek van Vennootschappen – mede onder impuls van Europese voorschriften – veelvuldig gewijzigd en aangevuld, doch fundamentele wijzigingen bleven uit.

Behalve academisch interessant, is een herziening ook economisch relevant. Rechtsvergelijkend onderzoek leerde immers dat veel Europese lidstaten hun nationaal vennootschapsrecht reeds moderniseerden, met als algemene teneur een flexibilisering van oprichtings- en vestigingsvoorwaarden , onder meer wat betreft de kapitaalvereisten.

Hierdoor dreigde België slachtoffer te worden van een wetgevende wedloop, waarbij ondernemingen zich meer aangetrokken zouden voelen door de (flexibelere) vennootschapswetgeving van andere landen. Zo zouden buitenlandse ondernemingen mogelijk minder geneigd zijn om een Belgische vennootschapsvorm te kiezen voor hun activiteiten in België of, omgekeerd, zouden Belgische ondernemers mogelijk sneller opteren voor buitenlandse rechtsvormen voor hun buitenlandse activiteiten.

Het voorontwerp voor het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV) geeft alvast blijk van verregaande ambities en radicale wijzigingen.


Afschaffing minimumkapitaal

Een eerste opvallende wijziging betreft de volledige afschaffing van het minimumkapitaal in de BV en de CV (nieuwe naam voor de BVBA en de CVBA).

Daar waar het huidige Wetboek van Vennootschappen nog een welbepaald minimumkapitaal oplegt per vennootschapsvorm, zouden oprichters onder de nieuwe regeling dus vrij zijn bij de vaststelling van het aanvangsvermogen.

De vereiste van een “toereikend” vermogen (cfr. thans “toereikend kapitaal”) zou wel behouden blijven, met dien verstande evenwel dat ook financiering via vreemd vermogen in aanmerking zou komen.
De verplichte opmaak van een financieel plan blijft eveneens behouden en wordt zelfs nader uitgewerkt, in die zin dat voorzien zou worden in een wettelijke minimuminhoud voor het financieel plan.


Aansprakelijkheidsgrenzen (“caps”) voor bestuurders

Veruit de meest spraakmakende hervorming lijkt zich te situeren op het vlak van de bestuurdersaansprakelijkheid, met name door de invoering van zogenaamde aansprakelijkheidsgrenzen (‘liability caps’).

Concreet betekent dit dat de aansprakelijkheid van de bestuurders – die vooralsnog onbeperkt is – onder de nieuwe regeling per feit of geheel van feiten beperkt zou worden tot een welbepaald bedrag.

Het bedrag van de desbetreffende aansprakelijkheidsgrenzen zou variëren naargelang de grootte van de vennootschap in kwestie.


Maar er is meer!

Ook de voorschriften voor de samenstelling en werking van de besluitvormingsorganen (bestuur en algemene vergadering) worden grondig hervormd en versoepeld in het voorontwerp, onder meer wat betreft:

  • het stemrecht van de aandeelhouders in de BV en NV, waar het mogelijk zou worden om af te stappen van het principe van “één aandeel, één stem” en een meervoudig stemrecht te organiseren;
  • het bestuur in de NV, waar het onder meer mogelijk zou worden om slechts 1 bestuurder aan te stellen (in plaats van de verplichte raad van bestuur) en om een opzegtermijn of -vergoeding voor bestuurders op te nemen in de statuten (afwijking van de huidige ‘ad nutum herroepbaarheid’);
  • het bestuur in de BV, waar het mogelijk zou worden om te voorzien in een volwaardig orgaan van dagelijks bestuur;
  • de mogelijkheden tot aandelenoverdracht of uittreding in de BV, waar het huidige rigide stelsel ingeruild zou worden voor meer contractuele vrijheid;
  • het aantal aandeelhouders in een NV, waar afgestapt zou worden van de verplichte meerhoofdigdheid;

De geplande hervorming beperkt zich overigens niet tot vennootschappen. Simultaan wordt immers ook de regelgeving voor de VZW’s en stichtingen – vandaag nog opgenomen in een afzonderlijke wet (“V&S-wet”) – herbekeken en geïntegreerd in het nieuwe Wetboek Vennootschappen en Verenigingen.


Nog niet(s) definitief …

Het voorontwerp voor het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen werd nog niet goedgekeurd door het parlement. Het is dan ook niet uitgesloten dat bepaalde punten en cours de route nog aangepast of afgezwakt worden.

Eén ding is echter zeker: indien de kern van de huidige voorstellen overeind blijft, dan staat het Belgische vennootschaps- en verenigingsleven aan de vooravond van een ronduit Copernicaanse omwenteling.

Het moge duidelijk zijn dat dit voor veel ondernemingen en rechtspersonen ingrijpende wijzigingen met zich mee zal brengen, waarbij ongetwijfeld belangrijke keuzes gemaakt moeten worden om bestaande structuren te conformeren naar de gewijzigde wetgeving.

Tegelijk zal de nieuwe regelgeving tal van opportuniteiten bieden – zowel voor aandeelhouders als bestuurders – om structuren te optimaliseren, besluitvormingsprocessen te vereenvoudigen of risico’s te beperken.

Tot slot zal de hervorming ook een grote invloed hebben op M&A-transacties. Hier komen we in een volgende publicatie uitgebreid op terug.